Afbeelding

Toespraak loco-burgemeester Paul Smeulders tijdens Keti Koti herdenking

Algemeen

ARNHEM - Hieronder treft u de toespraak aan, uitgesproken door loco-burgemeester Paul Smeulders tijdens de Keti Koti-herdenking in Arnhem dinsdag 30 juni.

Geachte aanwezigen,

Beste Arnhemmers,

Zojuist zag u hier de Memre Waka arriveren, als u er niet in meeliep.

Daarmee werd een ode gebracht aan de inheemse volkeren van de Amerika’s en het Caribisch gebied. Aan hen die daar al woonden voordat kolonialisme en slavernij hun wereld voor altijd veranderden. Volkeren als de Arowakken, de Cariben en de Wayana’s.

Het is een zeer passende ode. Want veel van deze volkeren vielen ten prooi aan het geweld van kolonisten en slavenhouders. Hun grond werd veroverd, vernield en ontheiligd. Het is een van de verhalen over kolonialisme en slavernij die nog niet bekend genoeg zijn. Maar die het óók verdienen om verteld te worden.

Zoals in het onlangs verschenen boek ‘Vergeten plekken, vergeten mensen’ van Leendert van der Valk. Een onderzoek naar de werkelijke omvang van de Nederlandse betrokkenheid bij de slavernij overal op de wereld, van Guyana tot Sao Tomé en Mauritius. Die betrokkenheid blijkt nog veel groter dan we al dachten, en ging inderdaad vaak ook ten koste van inheemse volkeren.

Dat er nog altijd nieuwe verhalen te vertellen zijn over aard en omvang van de slavernij, is niet zo vreemd. Historisch gezien vonden die gebeurtenissen gisteren plaats. En vandaag kampen velen van u met de gevolgen. Het slavernijverleden eindigde niet met de afschaffing van de slavernij.

Historisch onderzoek stelt zulke feiten vast. Literatuur geeft die feiten een herkenbare stem. Zoals Henna Goudzand doet in ‘De geur van bruine bonen’. Een paar jaar geleden verschenen en nu al een klassieker, en onderwerp van voorstellingen en bijeenkomsten.

Zo stond een gesprek over het boek op het programma bij de opening van de Keti Koti-maand in ons filmtheater Focus.

De kracht van het verhaal is de weerspiegeling van de koloniale- en slavernijgeschiedenis in kleine en grote gebeurtenissen in het leven van de personages. Vaak op de achtergrond, maar altijd aanwezig. Een pijnlijk mooi boek, en bovendien geschikt lesmateriaal voor wie meer wil begrijpen van de worsteling van veel nazaten van slaafgemaakten.

Want het slavernijverleden heeft zich in de haarvaten van het heden genesteld. In de structuur van onze samenleving. In de economie, de cultuur en de mentaliteit. Vaak ongemerkt voor wie er niet persoonlijk onder gebukt gaat.

Maar velen van u worden er wél persoonlijk door geraakt. Door uw familiegeschiedenis. Door uw ervaringen met discriminatie en racisme in het Nederland van nu.

De strijd tegen kolonialisme en slavernij ging immers niet alleen om de ontmanteling van een misdadig systeem. Het ging – en gaat – bovenal om een strijd die nog lang niet gewonnen is: de strijd tegen de giftige mentaliteit die dat systeem mogelijk maakte.

Dat gif zit in de veronderstelling dat er een hiërarchie bestaat tussen volkeren. Waarbij witte Europeanen en Noord-Amerikanen op de hoogste trede staan.

Ook vandaag de dag leidt dat tot de discriminatie van niet-witte Nederlanders. Maar ook tot haat tegen vluchtelingen en asielzoekers, vaak afkomstig uit landen die hebben geleden onder koloniale uitbuiting.

Het verband tussen actuele gebeurtenissen en de oude koloniale mentaliteit wordt geïllustreerd door het gebruik van de prinsenvlag, al of niet voorzien van het opschrift VOC. Ooit het vaandel van agressief kolonialisme. Nu het symbool van intolerantie en racisme.

We zien de vlag bij demonstraties in Den Haag en bij anti-azc-protesten. Maar ook op andere plekken. Bijvoorbeeld op binnenvaartsschepen, zoals De Gelderlander onlangs onthulde.

Geachte aanwezigen,

Zowel de trauma’s van slaafgemaakten als de racistische mentaliteit van slavenhouders zijn nog volop in onze samenleving aanwezig. ‘Slavernijverleden’ is dus in feite een misleidende term. Omdat ons verleden niet datgene is wat ooit gebeurde, maar wat in ons voortleeft.

Dat betekent dat wij strijdvaardig moeten blijven. Om intergenerationele trauma’s te onderkennen en te helen. Om rechten te beschermen en misstanden te bestrijden.

Hier in Arnhem. Zoals we doen met de Pedagogische Wijk, om nieuwe generaties te kunnen bevrijden van de ketenen van de achterstelling die van ouder op kind wordt doorgegeven.

Maar ook dáár, in Caribisch Nederland, waar de gevolgen van kolonialisme en slavernij veel meer inspanningen van het Rijk vergen. Dat bleek onlangs weer uit het rapport van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.

Arnhemmers,

Het is het contrast tussen licht en duisternis dat de geschiedenis zichtbaar maakt. En deze herdenking speelt daarin een hele belangrijke rol. Ik wil dan ook een groot woord van dank uitspreken aan de mensen die deze herdenking hebben ontwikkeld, ervoor hebben geknokt. Het comité 30 juni – 1 juli onder leiding van Barbara Esseboom. En de Stichting Jam natuurlijk, die de herdenking en het belang van de Memre Waka overbrengen op de volgende generatie.

Als je ziet wat hier nu staat, dan mogen we daar als stad heel trots op zijn. Het verbindende karakter van de herdenking vandaag, en de viering morgen.

De lessen die we allemaal nog te leren hebben over deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Maar ook: de spiegel die ons als samenleving en als stadsbestuur wordt voorgehouden.

Want in het reine komen met je verleden doe je niet door de sporen uit te wissen, maar door de werkelijkheid onder ogen te zien. Door de wonden van de tijd te helpen helen. Door zo lang als nodig is te blijven strijden tegen discriminatie en racisme. Door te doen wat nodig is om te bouwen aan een verdraagzame en rechtvaardige samenleving.

Daarom is het belangrijk dat wij elkaar opzoeken. Vandaag om de duisternis te herdenken. Morgen om het licht te vieren.

Ik wens u allen een gedenkwaardige Keti Koti 2026.

Dank u wel.