Arnhem herdenkt holocaustslachtoffers met 36 nieuwe struikelstenen
AlgemeenARNHEM – De gemeente Arnhem heeft op woensdag 23 september 36 nieuwe struikelstenen gelegd voor Joodse stadsgenoten die tijdens de Holocaust zijn vermoord. De kleine messing stenen liggen in het trottoir bij de huizen waar zij ooit woonden.
Het leggen van de stenen maakte deel uit van een herdenkingsceremonie, die begon bij de Sonsbeekzijde van station Arnhem Centraal. Daar werd een plaquette onthuld op de plek van het voormalige Joodse Jongenshuis. In dat huis vonden tijdens de oorlog Joodse vluchtelingen van verschillende leeftijden onderdak. Op 11 december 1942 werden 141 bewoners naar Westerbork afgevoerd; 91 van hen overleefden de Holocaust niet.
Daarna volgde in het stadhuis een herdenkingsbijeenkomst. Leerlingen van vier Arnhemse middelbare scholen waren aanwezig, er werd een film vertoond over het oorlogsdagboek van de negentienjarige Arnhemse Ada Goldsmid en klezmerband Héjre Kati verzorgde de muziek. Later die dag werden de 36 stenen op tien plaatsen in de stad gelegd.
Stilstaan bij het leven
Burgemeester Ahmed Marcouch stond in zijn toespraak stil bij de woorden waarmee de stenen beginnen: Hier woonde. Voor hem zit daarin de kern van de struikelstenen. Op de steen staat uiteindelijk waar iemand werd vermoord, maar eerst staat er waar iemand leefde.
De mensen voor wie woensdag stenen werden gelegd, gingen in Arnhem naar school en naar hun werk. Ze deden boodschappen, kenden hun buren en ontvingen vrienden thuis. “Ze woonden niet alleen in deze stad. Ze hoorden bij deze stad”, zei Marcouch. “Tot ze eruit werden weggerukt.”
Marcouch noemde alle namen, maar stond langer stil bij drie levens. Salomon Koppel werd geboren in 1943 en nog datzelfde jaar vermoord in Sobibor. Alexander Louis de Lime was elf jaar toen hij in Auschwitz werd vermoord. Jacob Goldsmit was de zeventig al gepasseerd toen ook hij in Auschwitz werd vermoord. “Een baby, een jongen en een man die al een lang leven achter zich had. Voor het naziregime maakte het geen enkel verschil. Dat zij Joods waren, was het enige dat telde.”
Hannah Arendt
Als rode draad gebruikte Marcouch het werk van de Duits-Joodse denker Hannah Arendt. Zij volgde in 1961 in Jeruzalem het proces tegen Adolf Eichmann, die een belangrijke rol had gespeeld in de deportatie van honderdduizenden Joden.
Arendt omschreef wat zij bij Eichmann waarnam als de banaliteit van het kwaad. Daarmee bedoelde zij niet dat zijn misdaden banaal waren. Zij wees juist op de gedachteloosheid waarmee iemand zulke misdaden kon helpen organiseren: wel kunnen nadenken over hoe treinen, aantallen en deportaties geregeld moesten worden, maar niet over wat dat betekende voor de mensen die hij ermee trof.
Daar legde Marcouch de verbinding met de struikelstenen. Die kunnen het onrecht niet herstellen, maar helpen ons wel de mensen te zien achter het dodental. Allen met een naam, een huis en een leven.
‘Als niemand tegenspreekt’
Marcouch benadrukte dat we het aan de slachtoffers verplicht zijn om de lessen van toen om te zetten in daden in het nu. In zijn toespraak verwees hij naar de demonstratie op het Malieveld vier dagen eerder. De politie meldde daar geweld tegen agenten en antisemitische leuzen en gebaren van een deel van de demonstranten.
“Als niemand tegenspreekt, volgt uitsluiting”, zei Marcouch. “En als ook daar niemand tegen opstaat, kan uitsluiting omslaan in vervolging en geweld.” Hij riep zijn publiek op zich uit te spreken tegen antisemitisme, racisme en fascisme en niet weg te kijken wanneer mensen worden gereduceerd tot hun afkomst, geloof of groep.
Duitse discussie over Stolpersteine
Juist de Stolpersteine staan enkele dagen na de Arnhemse herdenking opnieuw ter discussie in Duitsland. In Heidenau, in de deelstaat Saksen, besloot de gemeenteraad donderdag dat voortaan geen nieuwe Stolpersteine meer mogen worden gelegd in openbare straten en trottoirs.
Het voorstel was afkomstig van lokale raadsleden van de extreemrechtse partij AfD, CDU en de Bürgerinitiative Oberelbe.