
Onderzoek naar spermabank Rijnstate: ziekenhuis publiceert rapport
AlgemeenARNHEM - In opdracht van Rijnstate ziekenhuis in Arnhem startte een commissie in 2025 een onderzoek naar de vraag hoe Rijnstate in het verleden is omgegaan met fouten van de spermabank. Ook is onderzoek gedaan naar een gynaecoloog die in de jaren ‘70 en ‘80 zijn eigen sperma als donorzaad heeft gebruikt.
De bekentenis van de oud-gynaecoloog van Rijnstate die zijn eigen sperma als donorzaad bij kunstmatige bevruchting heeft gebruikt, vormde de aanleiding van het onderzoek. “Het is onduidelijk waarom hij dit heeft gedaan en om hoeveel donorkinderen het gaat. Tegelijkertijd blijft het verleden van de spermabank beladen”, laat het ziekenhuis weten.
Rijnstate wilde onderzocht hebben op welke manier we de vragen van met name donorkinderen het best kunnen beantwoorden. De bevindingen uit het onderzoek geven Rijnstate voldoende handvatten tot verbetering.
Gebruik van eigen zaad als donorzaad
De gynaecoloog die toegegeven heeft zijn eigen sperma te hebben gebruikt voor donorconceptie werkte in de kliniek van het Elisabeth Gasthuis in Arnhem, dat samen met twee andere ziekenhuizen Rijnstate werd. Deze dokter heet A. Schmoutziguer. Hij gebruikte zijn eigen sperma zonder dat de wensouders dit wisten. Kortgeleden heeft hij meegewerkt aan DNA-onderzoek. Tot nu toe is van 16 personen bekend dat zij donorkind zijn van de arts.
Ook is bekend geworden dat de arts drager is van een erfelijke aandoening. Rijnstate doet een oproep aan mogelijke donorkinderen van deze arts om hun DNA af te staan bij expertisecentrum Fiom.
Richtlijnen en gedragsregels
Tot in de jaren ’90 was er geen wet- en regelgeving over fertiliteitsbehandelingen. Er bestonden wel algemene professionele richtlijnen en gedragsregels voor artsen. Hierin staat bijvoorbeeld dat een arts ‘niet verder doordringt in de privésfeer van de patiënt dan in het kader van de hulpverlening noodzakelijk is’.
Hans Schoo, bestuurder van Rijnstate zegt in een reactie: “Wij vinden het handelen van de dokter – ook in het licht van die tijd – onacceptabel. Er is geen twijfel dat het gebruik van eigen zaad door een arts bij fertiliteitsbehandelingen van patiënten in strijd is met deze gedragsregels. Hiermee dringt de arts verder door in de privésfeer van een patiënt dan noodzakelijk is.”
“Elk kind heeft het recht te weten van wie het afstamt. Ook moeten alle patiënten erop kunnen vertrouwen dat een arts doet wat is afgesproken. In deze situatie is daarin veel misgegaan. We vinden het heel erg wat hier is gebeurd.”
De vinger op de zere plek
Het rapport legt een vinger op de zere plek als het gaat om hoe Rijnstate de afgelopen jaren is omgegaan met het beladen verleden. De onderzoekscommissie concludeert onder meer dat Rijnstate zich te weinig heeft ingeleefd in de gevolgen van kunstmatige inseminatie voor donorkinderen en ouders.
“Rijnstate heeft het als een technische handeling beschouwd en daarmee hebben we ons te weinig betrokken getoond bij vragen die er leven, bijvoorbeeld over afstamming. Ook hebben we niet duidelijk gecommuniceerd waar mensen met hun vragen terecht kunnen.”
Schoo vervolgt: “Mensen hebben vaak het gevoel gehad dat hun vragen onbeantwoord bleven. Dat betreuren we. We hebben als organisatie daarin moeten veranderen. We hebben ingezien dat het perspectief van donorkinderen enorm belangrijk is bij het beantwoorden van vragen. We willen er alles aan doen om voor donorkinderen (wens)ouders en donoren een betrouwbare informatiebron te zijn.”
Rijnstate heeft ook de inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ingelicht.
Kijk voor het volledige bericht, de oproep en voor het onderzoeksrapport op onze website: www.rijnstate.nl/onderzoeksrapport