Foto:

Kerststal

  Column

Nou, we gingen dus de kerst inluiden. Daar had ik me op verheugd. Toen mijn vader aan het begin van dit jaar overleed, nam ik de doos met daarin de kerststal uit zijn appartement mee naar huis. Vroeger was de inrichting ervan mijn taak.

Hilde Wijnen

Op het hoge eikenhouten bijzettafeltje, met een rood kleedje eronder, speelde het kerstverhaal zich elk jaar af. De hele middag was ik bezig met de perfecte compositie. Een koning hier, een herder daar, schaapjes zus en kamelen zo. Naast me hing mijn moeder de ballen op hun plek. Mijn vader werkte. De broers voetbalden, geen dag sloegen ze over. De poes snorde er een kerstliedje bij. Vrede op aarde.

Hoe moeilijk kan het zijn?

Ik haalde dus de doos van zolder. De dochter hield haar adem in, het deksel ging omhoog en daar lagen ze, de kerstvrienden uit mijn jeugd. Zonder stal. Vanuit een ooghoek zag ik de schouders van de dochter lichtjes naar beneden zakken. Ze zweeg. Wat zagen ze er ouderwets uit, die poppetjes. Heel natuurgetrouw, dat wel, met gekwelde blikken. Bruin ook, van al dat zand in die stal natuurlijk. Hm, probeerde ik, de kerststal is er blijkbaar niet meer, maar hier zijn in ieder geval Maria en Jozef enzo. We pakten allebei een figuur. Kijk, wees ik naar die van mij, dit is een van de drie koningen. Hij ziet er een beetje vies uit, maar dat komt omdat hij uren door de woestijn heeft gelopen om op kraamvisite te gaan bij het kindje Jezus. Ik keek nog eens goed naar de plooien in het gewaad van Melchior. En toen naar de rest van de morsige popjes. En het begon me te dagen.
Die schaapjes hadden helemaal niet door de modder gerold. Caballero zonder filter, dát zit er op het smoelwerk van de herders! Avond na avond, jaar na jaar, rookte de hele heilige bende mee met mijn vader die ernaast zat op de bank met steeds weer een nieuwe smeulende sigaret onder zijn snor! Gadverdamme. Adieu jeugdsentiment. De kamelen moeten in bad!
Gek genoeg was Jezus nog wel helemaal schoon. Eens onbevlekt, altijd onbevlekt, kennelijk.

Meer berichten