Foto: Jose Bugter

Maatje

  Column

Nooit heb ik haar in de steek gelaten. Ik stond altijd voor haar klaar. En nu? Nu sta ik hier, eenzaam en alleen. Ze komt me toch zeker wel halen?

Ik weet nog goed hoe blij ze was toen ze mij voor het eerst zag. Samen gingen we op weg naar huis waar ik een mooi plekje voor de deur kreeg. In de loop der jaren gingen we vaak samen op stap. Ik heb ook heel veel voor mijn vrouwtje vervoerd. Van kasten tot stoelen en bedden. Maar mij hoor je niet klagen hoor. Ik deed het graag. Ze hield tenslotte van me. Dacht ik.

Op een dag gaf de een of andere lomperik mij een enorm harde knal. Ik bleef verbijsterd achter met een pijnlijke deuk. Later kwamen er meer beschadigingen bij, en langzaam begon ik er iets minder mooi uit te zien.

Verwaande kwast

Een keer per jaar ging ik weer terug naar de plaats waar ik vandaan kwam. Mijn stal zal ik maar zeggen. Dan werd ik helemaal nagekeken, lekker gesmeerd, en kreeg ik soms nieuwe onderdelen. Dat voelde dan weer zo fijn. Net of ik weer helemaal nieuw was. Soms gaf het vrouwtje mij een lekkere wasbeurt. Oh, wat was dat fijn. Dan stond ik daarna fantastisch mooi te glanzen.

Een tijdje geleden waren we weer terug in de stal. Ze parkeerde me naast een glanzende, verwaande soortgenoot, en ging daar even later mee weg, mij in verwarring achterlatend. Gelukkig kwam ze na een poosje weer terug en nam ze mij weer mee. Ik trok een gezicht naar die ander. lekker puh. Maar nu ben ik weer terug in de stal. Het vrouwtje vertrok tot mijn stomme verbazing weer met die verwaande kwast. Ik bleef achter en het begint langzaam tot me door te dringen ze niet meer terug zal komen. Na jaren trouwe dienst. Zomaar afgedankt.

Dag maatje.

Meer berichten