Dierenliefde (2)


Foto:

Dierenliefde (2)

  Column

Column Hilde Wijnen

Geeft u het maar toe, u wilt weten hoe het met die harige indringer in ons huis afliep. Nou, dat zal ik u vertellen. Eerst heb ik natuurlijk een week of drie nauwelijks een oog dicht gedaan. Het beest sloop immers nog ergens rond. Maar in de loop der tijd maakte ik mezelf toch wijs dat het mormel verdwenen was. Waarom had ik 'm anders niet meer gezien? Toen op een dag ook nog de buurvrouw gillend haar huis uit kwam rennen omdat er een reusachtig monster door haar woonkamer trippelde -nog nooit vertoond, zó groot, wel acht poten telde ze- dacht ik dat onze huisvriend een nieuwe stek had gevonden.
Ja.

Ja ja.

Half zeven in de avond. De hoogste tijd. Ik raapte nog wat nekbrekend speelgoed van de vloer toen ik plots in een ooghoek iets ondefinieerbaars zag in de spleet tussen de planken en de muur. Wat was dat? Nee, het zou toch niet. Zachtjes sloop ik er op af en jawel hoor, daar zat het vermaledijde dier opgefrommeld en wel vreselijk eng te wezen. En nu? De dochter moest naar bed!
Vangen kon niet. Vloeken wel. Inmiddels bovenop een kruk stond ik mijn misère te aanschouwen. Naast mij een jammerende dochter. Eerst de ex gebeld. Nee, die wilde niet een kwartier fietsen om ons te redden van het kwaad. Iets met zelf dingen oplossen. De buurman! opperde het kind, en ze toog al naar de deur. Ondertussen vond ik ergens een lange platte stok, bond er een doek omheen, en ging ik, gespannen als een veer, een jager uit de oertijd (ik heb echt een heel oude ziel, dat is duidelijk) staan loeren naar mijn prooi. En moed verzamelen voor het onontkoombare: ik reeg dat geteisem aan mijn speer, eh stok. Ha!
Mama, wat dapper! riep dochter uit. Goed hè? zei ik, onderwijl oerkreten slakend, maar wil jij dan nu even kijken of die spin ook echt dood is?

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden