Foto: Linda Wolsing

En een traan

  Column

door Hilde Wijnen

We gingen naar het circus. Met de pont. Dat is al een belevenis op zichzelf. Bij aankomst waren we in een andere wereld. Aan de overkant gelden andere regels. Het is er altijd vakantie en de oever heet er strand.
We liepen het paadje af, langs de lichtjes, en stelden ons voor hoe het hier 's avonds moest zijn, in het donker. Het circus was eigenlijk al begonnen in ons hoofd.
Zouden er olifanten zijn? Aapjes op eenwielers? Zwierige meisjes die pirouettes draaien op sneeuwwitte paarden met een sterrenkroon tussen hun oren? Een lange magere vuurvretende man misschien en torens van sterke kerels met snorren en tatoeages?

Zo hoog als de wolken

Een oude dompteur dan, zo rond als een tonnetje, in een rood jasje met gouden knopen dat bijna openspringt en een leeuw die brult en gromt en ogen heeft waar bijna niemand in durft te kijken? Of, wie weet, een circustent zo hoog als de wolken en trapezes vol slingerende acrobaten in strakke pakjes, met elkaar gooiend, ginds in de lucht.
Nee. We werden verrast.
En ontroerd vooral.
Er was een bootje om uit te vallen, een vermomde clown, een haarstukje met een eigen leven, de mist hing op het water, de romantiek in de lucht, twee spoken vonden elkaar, iemand anders zichzelf, het publiek geloofde erin, er was een verhaal.
En ondertussen werden er, bijna tersluiks, knappe kunsten vertoond. Knap, knapper, knapst, wtf? ik wist niet dat dat kon! In die volgorde. En het was precies het laatste wat ontroering bracht.
Want hoe prachtig is het om een mens te zien die zichzelf optilt.
Ik kan het iedereen aanraden.

Meer berichten