cof
cof (Foto: Hilde Wijnen)

Kattenmens

  Column

Sinds we verhuisd zijn, heeft de poes zich een nieuwe hobby aangemeten. Een duistere hobby ook nog eens. Opeens vindt ze het nodig ons de oren van het hoofd te miauwen, het liefst zo ergens tussen een en vier en dan niet één keer, nee hoor, ze neemt de zaken uiterst serieus en verheft haar stem zeker een keer of vijf per nacht. Met enige tussenpozen natuurlijk, zodat je onderwijl tenminste net niet in slaap kunt vallen. Miauwen is een groot woord overigens, maar daar kom ik later op terug.
Voorheen was poes een keurig, kalm beest dat zelfs niet hoorbaar spinde als ze onder haar kinnebakkes gekriebeld werd. Ze miauwde niet als ze eten wilde, of aandacht, als je wakker moest worden, ze spelen wou, niets.

ik heb er een kater van

Ik snap dat wel. Onze poes heeft niet bepaald een mooie stem. Ik heb dat uiteraard nu en dan gemerkt. In nood durft zij nog weleens een keel op te zetten.

Ook toen ze laatst in haar reismand de Sonsbeeksingel door moest om te verhuizen, liet ze zich horen en de mensen kwamen van heinde en verre aanstromen om te kijken wat er zich in godesnaam toch in die mand bevond (een gremlin, Beëlzebub, een ezel in de gedaante van een kat, wat?).
Iedere keer als ze haar keel openzet om haar nachtelijke gekweel ten gehore te brengen, stokt mijn adem, rijzen mij de haren ten berge en springt mijn lichaam van de weeromstuit in de vecht-of vluchthouding. Ik heb er een beetje een kater van.
Werkelijk geen idee heb ik waar deze nieuwe liefhebberij vandaan komt. Bevlieging moet ik zeggen. Laat ik er van uitgaan dat deze onverkwikkelijke wending in ons leven van tijdelijke aard is.
Iets met de kat en het spek.

Meer berichten