Column Hilde Wijnen: Mevrouwtje

  Column

Onlangs betrad ik een nieuwe fase in mijn leven. Ik weet nog precies wanneer het was, met wie, hoe laat en waar ik was toen het gebeurde.

Maandagmorgen. Niks bijzonders. We waren onderweg naar school, de dochter en ik. Op tijd. Goed gehumeurd dus. Vlakbij onze bestemming vonden we een obstakel op onze weg. Een wit busje stond midden op het fietspad geparkeerd en liet alleen nog een smalle reep rood wegdek vrij voor al het heen-en-weerverkeer. Voorzichtigheid geboden, maar voordat ik de woorden in mijn hoofd kon vormen, knalde er van de andere kant een jonge gast op een mountainbike snoeihard langs het busje. Lang leve de uitvinder van de remblokjes.

Tot zover niks nieuws.

‘Zo’, hoorde ik toen plotseling naast me, en ik keek recht in het gezicht van een stratenmaker die onze ontsnapping aan het noodlot ook had gezien. ‘Dat scheelde maar een haar, mevrouwtje!’

Wat?
Had ik dat nou goed verstaan?
Zei die man mevrouwtje tegen mij?

‘Zeg’, gilde ik ongelovig naar de overkant - blijkbaar hoefde ik hier niet over na te denken. ‘Hoor ik dat nou goed? Zeg jij mevrouwtje tegen mij?’ ‘Ehm ... ja.’ De stratenmaker keek verbouwereerd om zich heen. Dat denk ik tenminste, want dit mevrouwtje sprong op haar fiets en sjeesde ervandoor. Mevrouwtje, mevrouwtje, klonk het in mijn hoofd, sinds wanneer ben ik een mevrouwtje?

Later op de dag zag ik een vriendin. Toen ik klaar was met het botvieren van mijn verontwaardiging, keek ze me stoïcijns aan. ‘Meen je dat nou?’ zei ze. ‘Was dit jouw eerste keer? Ik krijg elke week wel een mevrouwtje naar mijn hoofd geslingerd.’ En ze begon aan een lange opsomming.

Ik had geen idee. Van al het leed dat mevrouwtje heet.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden