Foto:

Eerste week van de Afasie: het verhaal van Albert

De 58-jarige Albert Nouse uit Giesbeek kleedde zich op 8 september 2017 in de slaapkamer uit, klaar om naar bed te gaan. De topfitte gymdocent had een leuke dag achter de rug met zijn gezin in Utrecht, waar zijn dochter die dag als bestuursvoorzitter van haar studievereniging was beëdigd. Van het ene moment op het andere viel Albert om.

Het herseninfarct waardoor hij was getroffen, was zo zwaar dat het met spoed aangesnelde ambulancepersoneel de brandweer belde om Albert uit huis te krijgen. Hem twee trappen naar beneden tillen, durfden de ambulanceverpleegkundigen niet meer aan. In het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem werd hij direct geopereerd en werden er twee bloedproppen uit zijn hoofd verwijderd.

Toen Albert de volgende dag wakker werd en zijn vrouw en zoon en dochter om zijn bed zag zitten, wilde hij 'hallo' zeggen, maar dat lukte niet. Ook zijn rechterarm en been bleken niet meer te werken. Nadat hij in het ziekenhuis was uitbehandeld, vertrok hij voor een interne revalidatie naar revalidatiecentrum Klimmendaal in Arnhem. Alleen in de weekenden kwam hij naar huis. Het enige woord dat Albert kon zeggen was 'goedemiddag.'

Kroepoek
Gek genoeg was Albert van meet af aan goedgemutst, hij accepteerde vrijwel direct wat hem was overkomen. Vooral zijn omgeving, zijn gezin, zijn collega's, waren ontdaan. Albert was vastbesloten om weer zo goed mogelijk te kunnen functioneren. De hele dag was hij met zichzelf bezig, vooral met het oefenen van taal. Teksten lezen, plaatjes benoemen op de laptop, woorden proberen op te slaan in zijn geheugen. Het nare van afasie is dat je meestal heel goed weet wat je wilt zeggen, maar het komt er niet of anders uit.

Ik lopen gisteren
Albert: 'zelfs tijdens het eten op Klimmendaal moest ik nog benoemen wat ik ging eten om te oefenen. Kroepoek was het lastigst, dat lukte voor geen meter. En als ik een plaatje van een kip zag, zei ik bijvoorbeeld: 'ik ben een kip', in plaats van 'dat is een kip.' Ik heb trouwens nog altijd moeite met het vervoegen van werkwoorden. Hele zinnen formuleren is moeilijk, dan zeg ik dingen als: 'ik heb ziek, of ik lopen gisteren. Het is soms makkelijker om te tekenen wat ik bedoel.'

Maar werkwoorden goed vervoegen of niet, Albert ging per week vooruit. Inmiddels heeft hij niet echt veel hinder meer van zijn niet goed werkende rechterhand en been. Aan zijn afasie werken doet hij nog steeds. Twee keer per week gaat hij naar het Afasiecentrum van Siza in Arnhem. Op maandag doet hij daar gespreksoefeningen met vier andere mensen die afasie hebben. Het is fijn met lotgenoten te oefenen. De vraag deze keer was: wat heb je dit weekend gedaan?

Verlies
Albert vertelt van een lange plank drie stoere broodplanken gemaakt te hebben, want komend weekend komen er 25 gasten eten voor het 23-dinner van zijn dochter. Toen ze 21 werd, had hij net zijn herseninfarct gehad, dus het feest werd uitgesteld. Albert vindt het geweldig dat hij er nu bij kan zijn.

Op donderdagmiddag schrijft Albert per thema zijn verhaal van zich af. Over verlies van spraak en lichaamsfuncties. Over zijn familie, vrienden, de revalidatie, het verlies van zijn werk.

Alleen daarom al juicht Albert het toe dat de eerste landelijke week van de Afasie wordt georganiseerd. Hersenletsel en afasie oplopen is enorm ingrijpend. Niet alleen voor de getroffene zelf, maar ook voor de omgeving.

Albert werd van een superfitte man toch opeens iemand die niet meer kan werken, vaak moe is, en lastig uit zijn woorden kan komen. 'Ik doe wat ik kan, ik oefen veel. Ik zit nog steeds in het bestuur van de Oranjevereniging, ik doe lang over het schrijven van mails, maar ik doe het wel. Soms duurt het wel 5 minuten voor ik op een woord kom, dat is mijn afasie. Het is mooi als mensen beter begrijpen wat dat is en wat het met je doet. Als ze afwachten tot ik mijn zin goed formuleer. Hoewel: ook weer niet te lang, daar wordt iedereen moe van haha.'

In kader: Van 5 tot 12 oktober vinden er in de Eerste Week van de Afasie door het hele land activiteiten plaats om afasie meer bekendheid te geven en te tonen dat afasie mensen op verschillende manieren raakt. De week wordt georganiseerd door Afasienet en gedragen door mensen met afasie, hun naasten, onderzoekers, logopedisten, afasietherapeuten, docenten, studenten en verwijzers. Afasie is een taalstoornis die ontstaat door hersenletsel in de linker hersenhelft. Per jaar lopen naar schatting een kleine 10.000 mensen afasie op, onder andere als gevolg van een herseninfarct of een ongeluk. Meer informatie over de Eerste Week van de Afasie is te vinden op www.afasienet.com.

Meer berichten