Elk jaar op 17 september keert Samuel Rubens terug naar zijn ouderlijk huis. (foto: Hilde Wijnen)
Elk jaar op 17 september keert Samuel Rubens terug naar zijn ouderlijk huis. (foto: Hilde Wijnen) (Foto: )

'Opeens kwamen al die vliegtuigen over'

Hilde Wijnen

Herdenken in de Hazelaarstraat

"Kijk, hier op de hoek waren we aan het spelen. Het was zondag, een uur of een, half twee. Toen kwamen opeens al die vliegtuigen over. We renden naar huis. Sommigen klommen op het dak, dan kon je ze verderop zien landen, maar dat dorsten wij niet. Wij hebben de nacht geslapen bij Houtman, aan de overkant."

Arnhem - 17 september 1944, Samuel Rubens weet het nog als de dag van gisteren. Hij was negen jaar en woonde in de Hazelaarstraat, Malburgen. De huizen waren splinternieuw, gebouwd in 1938. Vier straten telde het buurtje. Iedereen kende elkaar. "Ons huis in Rotterdam was gebombardeerd. We werden naar Arnhem getransporteerd." Veel mensen waren nieuw in de buurt. De familie Rubens kwam terecht op nummer 44. Een gemengd huwelijk. "Mijn vader was Joods." Naast hen woonde de familie Enkelaar met zoon Heini en dochter Ansje. Moeder Emmi was Duits en had een portret van Hitler in de huiskamer hangen. "Alle kinderen speelden met elkaar. In de straat woonden grote gezinnen. Evers, De Haas. Looyschelder had er dertien."
Die middag, bij Houtman, aan de overkant, zei moeder Rubens: "Karel, ga eens kijken, want ik geloof dat ik het gas heb laten branden." Vader Rubens ging terug en trof Duitsers in de tuin. "Du bist Jude", riepen ze. "Nein, er ist Italienisch", zei buurvrouw Emmi. "De volgende dag zijn we gegaan. Mevrouw Enkelaar verstopte het paspoort van mijn vader in haar trui. Ze heeft hem gered. We kwamen in Zeist terecht. Mijn vader dook onder. "

Terug

Een jaar na de bevrijding keert de familie terug. De Hazelaarstraat is dan opnieuw opgebouwd. "Ik ben nog een keer met een Amerikaan mee naar Arnhem gereden. Mijn vader en moeder wisten dat niet. De kant waar wij woonden, was helemaal uitgebrand."
Van de mensen die halsoverkop vertrokken in september '44 keert bijna iedereen terug. Van de familie van vader Rubens niemand. Hij is enige die de oorlog overleeft. Honderdzestig familieleden kwamen om in concentratiekampen. "Pas na de oorlog hoorden we dat. Ik heb de lijsten gezien. Oma stierf in Bergen-Belsen."
Erover spreken deden Samuels ouders niet, zoals veel mensen in die tijd. Pas later is de oorlog steeds meer aan de oppervlakte gekomen.

"Ik ben altijd bezig mensen terug te vinden uit die tijd. Er waren zo veel kinderen in de straat. Ansje Enkelaar is naar Nieuw Zeeland gegaan. En toen ik Heini belde, was hij precies die ochtend overleden."
Inmiddels woont Samuel in Rijkerswoerd. Hij kreeg zijn eigen gezin, drie zonen en een dochter.

Maar elk jaar op 17 september keert hij terug naar zijn ouderlijk huis aan de Hazelaarstraat. Naar de kinderen waar hij mee speelde, de hemel die bestormd werd en het geluk van zijn vader.
Mensen die herinneringen hebben aan de buurt in die tijd kunnen contact opnemen met Samuel Rubens (06-23141911).

Meer berichten