Foto: Jose Bugter

Kamperen

Het is al jaren gelden dat ik voor het laatst heb gekampeerd, maar ik heb er mooie herinneringen aan. Met een piepklein tentje op een rugzak over het vaste land van Griekenland trekken. Heerlijk buiten je potje koken en heel lang liggen kijken naar de sterren. Zo romantisch. Dat gingen we een jaar later herhalen in Zweden. De hele vakantie hadden we regen. Dan is zo'n tentje ineens heel erg klein en een stuk minder romantisch.

Column José Bugter

Heel vroeger trokken we er met een bungalowtent op uit. Zo'n zwaar canvas onding. Het was alleen al een avontuur om die op te zetten.

Is dit niet de voorkant?

Vrolijk kom je aanrijden op de camping. Dan begint het uitladen van de onderdelen. Thuis had je alle stangen gemerkt, zodat je wist waar ze zouden moeten. Helaas heeft minstens de helft onderweg losgelaten, zodat er nu allemaal gekleurde stickertjes als confetti onderin de zak liggen. Wij lopen heen en weer met stokken. De een weet zeker dat ze hier moeten. De ander roept met stelligheid dat ze toch echt daar horen. De rest van de campingbewoners steekt geen vinger uit om te helpen. Ze zitten op hun gemak met een biertje in de hand te kijken naar de voorstelling. Langzaam maar zeker komt er orde in de chaos. Na veel gepuzzel beginnen de losse stangen min of meer op een frame te lijken. En eindelijk staat het. Nu dat loodzware doek nog. Stukje bij beetje trekken we het van de ene naar de andere kant. Oeps, is dit niet de voorkant? Hmm, die zit aan de achterkant. Opnieuw. Na lang zwoegen staat de tent eindelijk. Nog even haringen erin timmeren, tuien vast en na de eerste struikelpartij kunnen we de tent inrichten. Als we de stoelen hebben staan komt er een vouwwagen het terrein op rijden. Ha leuk. Even een biertje erbij pakken en eens op ons gemak bekijken hoe zij het ervan afbrengen.

Meer berichten