Foto: Linda Wolsing

Column: LOL

door Hilde Wijnen

We hadden wat te vieren van de week. Ik appte een vriend: Zullen we ergens een taartje gaan eten? Bij Sigaren Hulk ofzo? Waar is dat? schreef hij terug, heel beleefd.
Ik ben niet per se een gemakkelijke lacher. Glimlachen en gniffelen, dat is nog tot daar aan toe, maar hardop lachen, nee.

De autocorrectie van mijn telefoon krijgt het wel voor elkaar.

Ik vind het een wonderlijk fenomeen. Vraag me niet hoe ik het weet, maar in het woordenboek van mijn telefoon staat bijvoorbeeld wel 'klerelijer', maar niet 'pontje' (puntje) of 'begonia' (beginjaren).
Dat roept vragen op. Zou dat bij ieders telefoon hetzelfde zijn? En komt dat omdat we met z'n allen vaker schelden dan de oversteek maken? Of zijn er meer klerelijers dan begonia's?

Dat laatste kan bijna niet.

Er zijn meer dan duizend soorten begonia's.
Hoewel, er zijn natuurlijk ook klerelijers in alle soorten en maten. Eens even kijken ... Ja, zakkenwasser staat er in. Klootzak (ook in meervoud). Eikel. Rotzak. Hufter. Gemenerd. Gemenerik. Smeerlap. Etterbak. Ellendeling. Kloothommel. Schoft. Schurk. Ja hoor, die zijn allemaal bekend.

Maar niet lamstraal. Dat wordt landstaal. En hondsvot wordt hondsberoerd.
Gelukkig, er is nog hoop.

En taart. Die aten we bovenop de heuvel in Klarendal bij Sugar Hill (Sigaren Hulk). Appelgebak, hazelnoot-lavendeltaart en een brownie (browning) met knetterende sterretjes. Ooooo (Polio), wat mooi! riep mijn dochter.

En zo is dat.

Meer berichten