De broers Geert (l) en Daan Visscher. Alle jaren wonen de broers op dezelfde vierkante meters. (foto: Hilde Wijnen)
De broers Geert (l) en Daan Visscher. Alle jaren wonen de broers op dezelfde vierkante meters. (foto: Hilde Wijnen) (Foto: )

Lang leve buurtschap Het Heuveltje

Aan de overkant van de Mandelabrug, in Meinerswijk, ligt het oudste stukje bebouwing van Arnhem. Een stuk of wat huizen, een café, een paar boerderijen, dat is dat.

door Hilde Wijnen

Arnhem - De oudste bewoners van dat oudste stukje Arnhem zijn Daan en Geert Visscher, 84 en 82 jaar oud, geboren en getogen in buurtschap Het Heuveltje. Alle jaren wonen de broers op dezelfde vierkante meters, hun huidige woning is gebouwd op de fundering van het ouderlijk huis. Daan woont beneden en Geert in het bovenhuis, samen met vrouw Toos en haar orchideeën.
"Geert is de prater", vertelt Daan, "hij kan dat veel beter dan ik." En zo is het, Geert zit vol verhalen. Over hoe Polman met hoog water iedereen naar de overkant roeide, hoe de kinderen Visscher in bad gingen in een teil op de deel, over ome Richard van het veerhuis. En van de oorlog.

Oorlog

Augustus '44. Negen en zeven waren ze en Arnhem werd bijna geëvacueerd. "Rond middernacht werd mijn vader uit bed gehaald. Dat er een paard in het water lag. Hij riep wat boeren bij elkaar en samen gingen ze dat paard zoeken. Noodweer was het en ze hadden geen licht, dat mocht niet van de Duitsers. Toen ze het paard gevonden hadden, kregen ze het er niet uit, dus bonden ze het vast, zodat het niet verdronk. Mijn vaders touw lag langs het water. Hij ging te dicht langs de rand af om het te pakken en is in het water geraakt. Het was donker, ze konden hem niet vinden. Het is een stikke kant, een baggergat. Hij had lieslaarzen aan, die lopen zo vol. De volgende dag hebben ze eerst hem eruit gehaald en toen het paard, dat leefde nog wel." Een maand na die noodlottige nacht moesten ze Het Heuveltje verlaten. Met het laatste trekpaard van vaders transportbedrijf zijn ze vertrokken. "Hoeveel mensen zaten er op die kar, Daan, twintig?" vraagt Geert. "Wel dertig, ik weet het nog goed. Elden, Huissen, Angeren, we sliepen in een molen, een ziekenhuis. Uiteindelijk kwamen we in Zeist. Daar moesten we tussen de varkens slapen."

Thuis

Na een jaar keerden ze terug. Eerst moeder, daarna de kinderen. Het huis stond er nog. Van dat van de buren was niets meer over.
Vanaf dat moment werd er vooral hard gewerkt. Op De Hark, een soort marktplaats voor geconfisqueerde bezittingen, vonden ze twee paarden terug en daarmee werd het bedrijf nieuw leven ingeblazen. De kinderen gingen naar school, hielpen bij het hooien op de boerderijen, Geert begon met het houden van duiven.
Nog eenmaal moesten de broers weg van Het Heuveltje. Dienstplicht. Krap twee jaar duurde het en toen kwamen ze thuis om nooit meer te vertrekken. "Als het licht uitgaat, gaat het hier uit."
Tussen de orchideeën en de duiven is het leven goed.

Meer berichten