‘Mijn herinneringen aan de evacuatie na de Slag om Arnhem’

Algemeen Kort nieuws

ARNHEM - Herinneringen van Ria Giezeman-van ‘t Hof (83) aan de evacuatie na de Slag om Arnhem. 

Het begon in 1940, ik was 2 jaar toen mijn vader vanuit Den Haag overgeplaatst werd naar de Algemene Kunstzijde Unie (AKU) in Arnhem. We hadden er een fijne tijd. In 1942 werd mijn zusje geboren. Wij woonden op de Utrechtseweg 103 in Arnhem. Met 4 jaar ging ik naar de kleuterschool aan de Holleweg bij ons aan de overkant. Het was een kinderrijke buurt, ik speelde met Roelie Laurens op de Klingelbeekseweg. We hadden het heerlijk. 

Twee jaar later, in september 1944, kwam de oorlog dichtbij. We hadden al regelmatig luchtalarm en waar je ook was, je moest gelijk een schuilplaats zoeken. Op een dag zagen we vanuit ons huis vliegtuigen overkomen waaruit parachutisten sprongen, dat was aan de overkant in het maïsveld. De oorlog begon werkelijkheid te worden. 

We schuilden vaak in onze kelder maar op een gegeven moment was ook dat te gevaarlijk. Mijn ouders, zusje en ik konden toen bij de familie Lourens schuilen, in hun stenen schuur omgeven door strobalen. De soldaten liepen door onze tuinen en het werd steeds gevaarlijker om te blijven. We moesten allemaal onze huizen uit want er werd hevig gevochten. Over de Rijn, die achter ons huis lag, kwamen de soldaten. We zijn toen met verschillende buren, zoals de familie Laurens en Van Beijnem, gevlucht naar Oosterbeek. 

Dat was een vreselijke tocht, steeds onderbroken door luchtaanvallen. En als het luchtalarm afging, doken we allemaal plat op de grond. Aan de kant van de weg en in de bossen lagen dode soldaten. Uiteindelijk kwamen we in Oosterbeek waar wij ondergebracht werden in de schuilkelder van het Raadhuis. Lang konden wij daar niet blijven en ook daar moesten we weer weg. Vlak nadat we de schuilkelder hadden verlaten, kwam er een tank die het hele gebouw plat walste. 

Dus daar gingen we weer. Ouders, kinderen, sommige hadden hun fiets of een kinderwagen bij zich. Een hele karavaan. Het volgende adres was in Oosterbeek Hoog, daar zijn we in een leegstaand huis terecht gekomen. Ik herinner mij nog, dat er door de mannen een vuur gemaakt werd buiten, of het voor de kou was of dat er eten op gekookt werd, dat weet ik niet meer. Op zekere dag was het luchtalarm ‘veilig’. Met ons gezin zijn we toen terug gegaan naar ons huis op de Utrechtseweg in Arnhem om te kijken wat er van over was. 

Er was daar hevig gevochten. Het was vreselijk. Alle ruiten lagen eruit, de gordijnen wapperen naar buiten en de achterkant was helemaal kapot geschoten. We vonden een granaatscherf, die is nog steeds in mijn bezit. De huizen naast ons, daar was niets meer van over. Mijn vader heeft nog wat kleine dingen uit huis mee kunnen nemen. Er lagen daar ook spullen in die niet van ons waren. Er was ook veel gestolen. We zijn uiteindelijk door het Rode Kruis met een legervoertuig naar Den Haag gebracht. De reis duurde lang, de wegen waren allemaal niet zo best na de oorlog. 

In Den Haag zijn we tijdelijk bij familie ondergebracht, later in een gebouw van de marechaussee op de Laan van Meerdervoort, daar woonden we een half jaar met nog andere mensen. We hadden daar zicht op het Vredespaleis, hoe bizar! Uiteindelijk kregen we een huis aangeboden van de Stichting ‘40-‘45, voor oorlogslachtoffers, we hadden tot dusver niets meer. Daar heb ik gewoond tot aan mijn huwelijk. 

Nog ga ik regelmatig terug naar Arnhem en Oosterbeek. Vroeger met mijn moeder, later met mijn man, inmiddels overleden, ben ik nog in het huis op de Utrechtseweg geweest. Daar kwamen de herinneringen weer terug. Bij een van de vele herdenkingen in Oosterbeek, die ik meemaakte, logeerden mijn moeder en ik in het Bilderberg hotel en daar hebben we een optreden meegemaakt van Vera Lynn. Dat was emotioneel. Dit zijn mijn herinneringen aan een verschrikkelijke oorlog. Dit mag nooit vergeten worden.