Henky Donkervoort bouwde een kapelletje om woonwagenbewoners een hart onder de riem te steken
Henky Donkervoort bouwde een kapelletje om woonwagenbewoners een hart onder de riem te steken (Foto: Hilde Wijnen)

Woonwagenbewoner Henky Donkervoort bouwt kapelletje

Wie vaak langs het spoor over de Merwedestraat in Presikhaaf fietst heeft het gezien: de plotselinge verschijninig van een kleine kapel aan de rand van het woonwagenkamp. De maker is Henky Donkervoort. Samen met zijn vrouw Grietje bewoont hij een van de negen wagens op het terrein. “Nee, wij gaan niet naar de kerk. Geloven doe je met je hart.”

Arnhem - “Vroeger waren de kampen veel groter. Wel 200 wagens stonden er. Elk kamp had een kerk. In Amersfoort zat ie in een ouwe treinwagon. Dat kan ik me nog goed herinneren. Sinds alles is opgedeeld in kleine kampjes heb je dat niet meer.” Henky Donkervoort weet er alles van. Hij is geboren en getogen tussen de woonwagens. Alle familieleden die hem voorgingen trouwens ook. Tot aan het begin van de 18e eeuw is het spoor te volgen. “Toen trokken ze rond met een hondenkar. Die mensen waren al van het kamp.”

Uitsterfbeleid

De woonwagengemeenschap is de laatste jaren flink gekrompen. Aan de bewoners ligt dat niet. Door het voeren van een zogenaamd ‘uitsterfbeleid’ is het aantal staplekken in Arnhem drastisch verminderd. 128 zijn er nog, verspreid over 13 kleine kampen. Kinderen en kleinkinderen van woonwagenbewoners komen daardoor vaak noodgedwongen in een huis terecht. Hoewel het beleid aangepast is, omdat de woonwagencultuur sinds 2014 als immaterieel erfgoed wordt aangemerkt, zijn er nog steeds problemen. Henky: “Er zijn 150 mensen die het kamp op willen, maar niet kunnen. Die gezinnen hebben heel veel last van spanning. Ze kunnen niet aarden. Zo kwam ik op het idee van het kapelletje. Door al die ellende die ik om me heen zie.”

De kapel is net een kijkkastje. Glanzend groen van buiten, hemelsblauw van binnen. In de linkerhoek schijnt een getekende zon. Eromheen heeft Henky bloemen geplant. “En de beelden die erin staan zijn echt oud. Die komen uit een Belgisch klooster. Ja, als je het doet, dan moet je het goed doen!” lacht hij.

Het kapelletje maakte Henky in zijn werkplaats naast zijn wagen. Hij is niet bepaald een beginnend klusser. “Deze hele wagen heeft ie ook gebouwd, hoor”, zegt Grietje. Henky: “Vroeger heb ik niks geleerd op school. De meester liet ons gewoon maar wat doen. Toen ik 19 was, leerde ik Griet kennen. Gingen we trouwen, moest er ineens geld verdiend worden natuurlijk! Ik pakte alles aan wat ik maar kon. Ik ben nooit te beroerd geweest om te werken. Zo heb ik van alles geleerd. ‘Henky, hoe kan dat nou’, hoor ik weleens, ‘jij ken alles!’ Nou, zo dus.”

Gezegend

Twee maanden staat de kapel er nu. En dat is niet onopgemerkt gebleven. “Kijk eens, hoe mooi.” Op zijn laptop laat Henky een filmpje zien. Te zien is een jongen die middenin de nacht een kaarsje aansteekt bij het kapelletje en even de handen vouwt. “Lief hè?” vindt ook Grietje. “Zo ontroerend. Misschien is het voor iemand die het nodig heeft. “Kwaad ken het niet”, zegt Henky. Zijn vrouw knikt: “Het is gezegend”.

Auteur: Hilde Wijnen

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden