[Column Hilde Wijnen] IJspret


Foto:
Column Hilde Wijnen

IJspret

Eerlijk gezegd zat ik er niet op te wachten, sneeuw. En zeker niet in legendarische proporties. Bij het vooruitzicht alleen al kelderde mijn humeur alvast met een graad of vijftien. Lente wilde ik, lente, niets meer en zeker niet minder. Maar ja, niemand die zich daar wat van aantrekt natuurlijk, stel je voor!
Dus stond ik de afgelopen dagen met knisperende tegenzin tot mijn knieën in het sneeuw te monkelen dat het een lieve lust was. Hu, met die oostenwind erbij. Wie had dat nou weer bedacht? Overal waar ik keek zag ik glinsterende ogen, niet te geloven. Zo veel ijspret, het was haast niet om aan te gluren.
Iedereen bleek ook ineens in het bezit van een slee. En bij niemand zat er roest op, behalve bij die van ons. Hoe deden de mensen dat?

Van de heuvel om de hoek roetjste de hele blije buurt op die magische sleeën naar beneden. Het leek wel weer het oude normaal, zo veel mensen waren er op de been! Of op zijn minst dan toch het koude normaal. Mij leek dat geen goed idee uiteraard, van de heuvel af sleeën. Tsss. Winter is stom, dus.

Nee hoor, ga jij maar lekker zelf naar beneden, dat kun je wel, loog ik daarom tegen de dochter, mama is gezellig aan het kletsen met de andere ouders. Om me heen gleden hordes vaders en moeders om het hardst naar beneden. “Weet je wat het is?”, begon ik blauwbekkend tegen een buurvrouw die me net had verteld dat ze zwanger was en in wie ik een zekere medestander zag, “eigenlijk durf ik het niet.” “Nee nee, ik ook niet”, bibberde ze, “maar als ik niet in verwachting was, dán zou ik gewoon gaan, hoor.”

Snotmiljaar! Wat maak je me nou? Hier met die slee!

En wat denkt u? Sleeën is best leuk. En helemaal niet eng. Sjongejongejonge, met elke afdaling wordt mijn hart een beetje warmer. Net boven het vriespunt, daar zit ik nu. Op mijn nieuwe vriend, de slee, geduldig te wachten tot het lente wordt.

Dat dan weer wel.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden