Column: Bal


Foto:

Column: Bal

We tuigden de kerstboom op, de dochter en ik. Zulke dingen gaan altijd hetzelfde. Ik haal me iets in mijn hoofd en de dochter heeft andere plannen. Nooit zie ik het aankomen, ook al een terugkerend fenomeen. Hoe kan het ook? De wegen van een kleuter zijn ondoorgrondelijk.

Dit keer hingen er nog geen vijf versieringen in de boom toen de dochter besloot dat alle kleinste kerstballen kindertjes waren die nog naar de kerstballenschool moesten voordat ze in de boom mochten hangen.

O. Oké.

Blijmoedig ging ze aan de slag. Een kom deed dienst als klaslokaal, de dochter was de juf en ik blijkbaar het knechtje dat alles in haar eentje mocht opknappen.

Vooruit.

De volgende dagen werden de kleintjes klaargestoomd voor hun leven in de boom. Geen lockdown in kerstballenland. Er werd volop lesgegeven. Af en toe gingen de kindertjes even op bezoek bij hun doorgewinterde moeders die keihard aan het werk waren in de kerstboom. Kortom, pais en vree.

Tranen met tuiten

Tot een van de kleine kerstballetjes kapot ging. Het ding lag in vijf scherpe stukjes op de bodem van het klaslokaal. Tranen met tuiten, beste mensen, want Robin, de liefste kerstballenbaby allertijden, was dood. Dood! En hij kwam nooit meer terug en hoe kwam de dochter dit verdriet ooit te boven? Hij was nog maar zo klein! Nooit, nooit zou ze hem vergeten! Enzovoorts, enzovoorts.

Leed kent vele verschijningsvormen.

De dag na Robins dood waren alle kerstbalkoters klaar voor het echte werk. Ze mochten bij hun moeders in de boom hangen. Nou, pufte de dochter toen ze allemaal hun bestemming hadden bereikt, daar was ik wel aan toe. Ik werd een béétje moe van al die drukte in het klaslokaal.

(Tekst: Hilde Wijnen)

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden